Snijd voor de ragù de wortel, bleekselderij en ui in kleine, fijne blokjes. Fruit de groenten in 3 el olijfolie in een pan op middelhoog vuur.
Voeg het gehakt toe en bak het goed bruin op hoog vuur. Roer een paar keer zodat er geen klontjes ontstaan.
Breng de ragù op smaak met zout en peper en blus af met een half glas witte wijn.
Als de wijn verdampt is, voeg je de gezeefde tomaten en het laurierblad toe aan de saus. Dek af en laat 1 uur op een laag vuur sudderen.
Om de béchamelsaus te maken, smelt je de boter in een kleine pan. Roer met een garde de bloem door de boter en voeg al roerend geleidelijk de melk toe. Laat de saus sudderen en roer tot hij dikker wordt en een romige consistentie heeft. Breng op smaak met zout en nootmuskaat.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Snijd de mozzarella in fijne blokjes en rasp de Parmezaanse kaas.
Verdeel een beetje ragù over de bodem van een ovenschaal. Leg er een laag lasagnevellen op. Verdeel een dun laagje gehaktsaus, een paar blokjes mozzarella en een dun laagje béchamelsaus gelijkmatig over de platen. Bedek alles met de volgende laag lasagnevellen, voeg dan opnieuw de ragù, kaas en béchamel toe enzovoort...
Eindig met een laagje béchamelsaus, alleen bestrooid met geraspte Parmezaanse kaas.
Bak de lasagne in 25-30 minuten goudbruin in de oven op 180° C.